Het speelveld in cijfers
Cijfers van buiten de sites: overheid, toezicht, statistiek en brancheorganisaties. Elke tegel draagt de bron en de status; een prognose is geen feit.
Het personeelstekort in de kinderopvang bedroeg in 2025 circa 7.000 medewerkers en is gestabiliseerd na een aantal jaren van voorzichtige afname.
meting Arbeidsmarkt- kraptebeleid Kinderopvang, maart 2026Zonder stelselherziening kan het personeelstekort in de kinderopvang oplopen tot circa 19.000 medewerkers in 2031; mét stelselherziening zelfs tot circa 24.000 medewerkers in 2031.
prognose 31 322 Kinderopvang 29 544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 585 ..., 26 mei 2026De maximale vergoedbare uurprijzen voor kinderopvangtoeslag stijgen in 2026 met 4,84%: dagopvang naar €11,23, buitenschoolse opvang naar €9,98 en gastouderopvang naar €8,49 per uur.
besloten Kabinet zet nieuwe stap naar bijna gratis kinderopvang ..., 25 april 2025Het kabinet heeft aanvankelijk besloten de maximum uurprijzen in 2026 niet te indexeren om €254 miljoen te besparen, maar heeft dit voornemen tijdens de Voorjaarsnota 2025 teruggedraaid.
besloten Ontwerpbesluit van, 13 juni 2025Vanaf 1 juli 2026 moeten gastouders jaarlijks 7 uur permanente educatie volgen en minimaal 3 uur pedagogisch coaching per gastouderbureau ontvangen.
in werking Nieuwe eisen gastouders en gastouderbureaus vanaf 1 juli ..., 9 oktober 2025In 2026 investeert het kabinet €199 miljoen extra in hogere kinderopvangtoeslag; gezinnen met een gezamenlijk inkomen tot circa €55.000 krijgen recht op het maximale vergoedingspercentage van 96%.
besloten Kabinet zet nieuwe stap naar bijna gratis kinderopvang ..., 25 april 2025Wat wet en beleid vragen
Van kaders die nu gelden tot plannen die nog een voorstel zijn. Gesorteerd op jaar; de status staat erbij.
- 2025beslotenHet kabinet heeft aanvankelijk besloten de maximum uurprijzen in 2026 niet te indexeren om €254 miljoen te besparen, maar heeft dit voornemen tijdens de Voorjaarsnota 2025 teruggedraaid. (Ontwerpbesluit van, 13 juni 2025)
- 2025beslotenHet wetsvoorstel om de maximum uurprijzen in 2026 níet te indexeren is ingetrokken. (Niet indexeren maximum uurprijs kinderopvang in 2026, 15 januari 2025)
- 2025in werkingDe vergoedingspercentages van de kinderopvangtoeslag worden stapsgewijs verhoogd richting de 96% waarop alle inkomensgroepen in 2029 recht krijgen: een eerste stap in 2025, een tweede in 2026; voor 2027 was het voornemen (november 2025) een verhoging met 12,5 procentpunt voor middeninkomens en 6,4 procentpunt voor de hoogste inkomens, vast te leggen in het Besluit kinderopvangtoeslag 2027. (Brief Kamer - Nieuw financieringsstelsel kinderopvang, 27 november 2025)
- 2026beslotenIn 2026 investeert het kabinet €199 miljoen extra in hogere kinderopvangtoeslag; gezinnen met een gezamenlijk inkomen tot circa €55.000 krijgen recht op het maximale vergoedingspercentage van 96%. (Kabinet zet nieuwe stap naar bijna gratis kinderopvang ..., 25 april 2025)
- 2026beslotenHet kabinet heeft definitief besloten dat Dienst Toeslagen de uitvoerder wordt van het nieuwe financieringsstelsel; de planning (21 april 2026) was het conceptwetsvoorstel voor de zomer aan de Raad van State voor te leggen en het daarna bij de Tweede Kamer in te dienen. (Nieuw financieringsstelsel kinderopvang: koers houden, 21 april 2026)
- 2026beslotenDe maximale vergoedbare uurprijzen voor kinderopvangtoeslag stijgen in 2026 met 4,84%: dagopvang naar €11,23, buitenschoolse opvang naar €9,98 en gastouderopvang naar €8,49 per uur. (Kabinet zet nieuwe stap naar bijna gratis kinderopvang ..., 25 april 2025)
- 2026beslotenDe indexering voor 2026 is berekend op basis van loonvoetontwikkeling (80%) en consumentenprijsindex (20%) volgens het Centraal Economisch Plan 2025, en bestaat uit een correctiecomponent (0,85%) en een raming voor 2026 (3,96%). (Ontwerpbesluit van, 13 juni 2025)
- 2026in werkingVanaf 1 juli 2026 moeten gastouders jaarlijks 7 uur permanente educatie volgen en minimaal 3 uur pedagogisch coaching per gastouderbureau ontvangen. (Nieuwe eisen gastouders en gastouderbureaus vanaf 1 juli ..., 9 oktober 2025)
- 2026in werkingNieuwe gastouders die starten vanaf 1 juli 2026 moeten een opleiding met een verplichte pedagogische module hebben gevolgd. (Nieuwe eisen gastouders en gastouderbureaus vanaf 1 juli ..., 9 oktober 2025)
- 2026in werkingVanaf 1 juli 2026 mogen gastouders zich bij maximaal 2 gastouderbureaus aansluiten, wat de begeleidingsverantwoordelijkheid verduidelijkt. (Nieuwe eisen gastouders en gastouderbureaus vanaf 1 juli ..., 9 oktober 2025)
- 2026in werkingIedere gastouder moet per voorziening een pedagogisch werkplan vaststellen en daarnaar handelen, met daarin onder meer de wijze waarop de gastouder de ontwikkeling van het kind volgt (ontwerpbesluit juni 2024; ingegaan 1 juli 2026). (Ontwerpbesluit van tot wijziging van het Besluit kwaliteit ..., 14 juni 2024)
- 2026in werkingIn de gemeentelijke beleidsregels toezicht en handhaving kinderopvang (voorbeeld Maastricht, 2026) is de GGD de aangewezen toezichthouder; het college is in beginsel verplicht te handhaven als de GGD een overtreding vaststelt en weegt per geval de evenredigheid; een nieuwe voorziening wordt binnen drie maanden na registratie in de praktijk beoordeeld. (Beleidsregels Toezicht & handhaving Kinderopvang 2026, 1 januari 2026)
- 2026prognoseDe extra kosten van het indexeren van de maximumuurprijs in 2026 lopen volgens de raming op van €184 miljoen in 2026 tot structureel €337 miljoen per jaar vanaf 2030. (Ontwerpbesluit van, 13 juni 2025)
- 2026voorstelHet nieuwe stelsel brengt risico's voor toegankelijkheid mee: stijgende prijzen en langere wachtlijsten door toenemende vraag, met name nadelig voor ouders met lagere inkomens; gemeenten krijgen meer ruimte om de eigen bijdrage te vergoeden. (Nieuw financieringsstelsel kinderopvang: koers houden, 21 april 2026)
- 2027voorstelHet wetsvoorstel Verzamelwet kinderopvangtoeslag 2027 regelt vier wijzigingen: recht op kinderopvangtoeslag voor promovendi en technologisch ontwerpers in opleiding, verduidelijking van de inburgeringsroutes, concretere regels voor openingstijden en een herformulering van de vaste voet, zodat duidelijk is dat alle rechthebbende ouders meer dan 33,3% vergoed krijgen; beoogde ingang 1 januari 2027. (Verzamelwet kinderopvangtoeslag 2027, 27 mei 2025)
- 2027voorstelIn het kabinetsbericht van 25 april 2025 is aangekondigd dat de vergoeding in 2027 verder omhoog gaat, zodat kinderopvang bijna gratis wordt voor middeninkomens met een gezamenlijk inkomen tot bijna twee keer modaal; de precieze invulling voor 2027 stond toen nog niet vast. (Kabinet zet nieuwe stap naar bijna gratis kinderopvang ..., 25 april 2025)
- 2029voorstelIn 2029, wanneer het nieuwe stelsel ingaat, wordt de vergoeding inkomensonafhankelijk en krijgen alle werkende ouders recht op het maximale vergoedingspercentage van 96%. (Kabinet zet nieuwe stap naar bijna gratis kinderopvang ..., 25 april 2025)
- 2029voorstelVolgens de Kamerbrief van 21 april 2026 wordt de kinderopvangtoeslag aan ouders per 1 januari 2029 vervangen door een subsidie aan kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus; ouders lopen in het nieuwe stelsel geen risico meer op terugvorderingen (wetsvoorstel nog in voorbereiding). (Nieuw financieringsstelsel kinderopvang: koers houden, 21 april 2026)
- 2029voorstelDe subsidie wordt inkomensonafhankelijk: alle werkende ouders krijgen recht op dezelfde hoge vergoeding van 96% van de maximumuurprijs, ongeacht inkomen. (Kamerstuk 31322, nr. 560, 8 juli 2025)
- 2029voorstelKinderopvangorganisaties worden verantwoordelijk voor het aanvragen van de subsidie en het doorgeven van wijzigingen in uren en tarieven; dit vergroot hun administratieve en financiële verantwoordingsplicht. (Brief Kamer - Nieuw financieringsstelsel kinderopvang, 27 november 2025)
- geldendin werkingHet minimale aantal in te zetten beroepskrachten per stamgroep wordt bepaald aan de hand van een wettelijke tabel en bijbehorende rekenregels; het ministerie stelt een online rekentool beschikbaar. (wetten.nl - Besluit kwaliteit kinderopvang - BWBR0039936)
De thema's die de branche bewegen
Wat zeggen recente prognoses en cijfers over het personeelstekort en de arbeidsmarkt in de kinderopvang?
- metingHet personeelstekort in de kinderopvang bedroeg in 2025 circa 7.000 medewerkers en is gestabiliseerd na een aantal jaren van voorzichtige afname. (Arbeidsmarkt- kraptebeleid Kinderopvang, maart 2026)
- prognoseZonder stelselherziening kan het personeelstekort in de kinderopvang oplopen tot circa 19.000 medewerkers in 2031; mét stelselherziening zelfs tot circa 24.000 medewerkers in 2031. (31 322 Kinderopvang 29 544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 585 ..., 26 mei 2026)
- in werkingHet aantal medewerkers in de kinderopvang is gegroeid van circa 78.000 in 2015 naar bijna 127.000 in 2025, waarbij medewerkers gemiddeld ook meer uren per week zijn gaan werken. (31 322 Kinderopvang 29 544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 585 ..., 26 mei 2026)
- in werking80 procent van alle medewerkers in de kinderopvang merkt regelmatig effecten van het personeelstekort en 12 tot 15 procent van de ouders wacht drie maanden of langer dan gewenst op een plek (rapport Ipsos I&O en SEO, maart 2026). (Arbeidsmarkt- kraptebeleid Kinderopvang, maart 2026)
Welk beleid en welke afspraken zijn er over integrale kindcentra en de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs?
- in werkingVNK (Vereniging Netwerk Kindcentra) heeft de beschrijving van wat een kindcentrum is in 2025 geactualiseerd en in een handreiking opgenomen (op de BMK-site geplaatst in februari 2026), voortbouwend op de definitie van PACT voor Kindcentra uit 2019. (IKC & Samenwerking onderwijs - kinderopvang kindcentra, 3 april 2026)
- in werkingEr loopt een wetenschappelijk onderzoeksproject (IKC-IS-OK) dat in kaart brengt hoe interprofessionele samenwerking tussen kinderopvang, basisonderwijs en jeugdzorg in integrale kindcentra werkt en welke effecten dit heeft op de ontwikkeling van kinderen. (Integrale Kind Centra: Interprofessionele Samenwerking ...)
- voorstelVolgens het Handboek Kindcentra (Sardes, 2017) vroeg de ontwikkeling van een kindcentrum toen veel creativiteit en ondernemerschap van lokale partijen, omdat de wet- en regelgeving nog niet goed op de ontwikkelingen was aangepast. (Handboek Kindcentra, 2017)
- voorstelIn een artikel van de BMK zegt een aangesloten organisatie (Plateau Kinderopvang) de komende jaren welzijn, zorg en naschoolse opvang aan het aanbod te willen toevoegen om een integraal pakket te bieden. (IKC & Samenwerking onderwijs - kinderopvang kindcentra, 3 april 2026)
Wat is bekend over wachtlijsten en capaciteit in de kinderopvang en de verwachte vraag de komende jaren?
- metingIn 2025 moest nog steeds 10% van de ouders langer dan drie maanden wachten op een plek in de dagopvang (kinderdagverblijf), en 6% voor de buitenschoolse opvang, een lichte daling ten opzichte van 2024. (31 322 Kinderopvang 29 544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 585 ..., 26 mei 2026)
- in werkingIn de G4-gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht) wachtte in 2024 18% van de ouders langer dan drie maanden op een plek in een kinderdagverblijf, 4 procentpunt boven het landelijk gemiddelde van 14%. (Wachttijdenonderzoek Kinderopvang, November 2025)
- metingOuders schrijven hun kinderen gemiddeld meer dan zes maanden voor de gewenste plaatsingsdatum in bij kinderdagverblijven, terwijl de werkelijke wachttijd na de wensdatum daar in 2024 gemiddeld één à twee maanden bedroeg. (Wachttijdenonderzoek Kinderopvang, November 2025)
- metingKinderen van 0 tot 2 jaar hebben de langste wachttijden bij kinderdagverblijven: in 2024 wachtte 20% van de ouders van 0-1 jarigen en 22% van de ouders van 1-2 jarigen langer dan drie maanden. (Wachttijdenonderzoek Kinderopvang, November 2025)
Wat de sites beloven
Wat de 22 organisaties op hun eigen site zeggen, geteld op drie lagen: letterlijk in de belofte, in het profiel, en als dominante codering. De telling is exact; wat geteld wordt is een codering met beslisregels, met citaat en zekerheid per organisatie.
- ontwikkeling7 van 22
- niet eenduidig7 van 22
- identiteit en persoon4 van 22
- ervaring en omgeving3 van 22
- prestatie en kwaliteit1 van 22
- hoog (de toekenning is zeker: de belofte staat in tagline of hero, of het is onmiskenbaar dat geen enkel type past)15 van 22
- midden (afgeleide belofte of tweede lezing mogelijk)6 van 22
- laag (regel past nauwelijks of geen belofte)1 van 22
- ontwikkeling8 van 22
- spelen en buiten4 van 22
- veiligheid en vertrouwen1 van 22
- natuur en duurzaamheid1 van 22
- taal en educatie1 van 22
- samenwerking met onderwijs1 van 22
- pedagogische visie21 van 22
- ontwikkeling17 van 22
- veiligheid en vertrouwen7 van 22
- samenwerking met onderwijs6 van 22
- betaalbaarheid en flexibiliteit5 van 22
- spelen en buiten4 van 22
- claimt technologie of innovatie, met citaat op de site14 van 22
- noemt technologie of innovatie alleen als voornemen1 van 22
- geen technologie- of innovatieclaim gevonden7 van 22
- voert een werkgeversbelofte, met citaat op de site18 van 22
- voert een werken-bij-site op een eigen domein8 van 22
- geen werkgeversbelofte gevonden4 van 22
Waar het onderscheid zit
Bewijs, focus, segment en toon maken het verschil, niet de themakeuze.
- gemiddeld21 van 22Kanteel, Kiem Onderwijs en Opvang, Mikz, Norlandia kinderopvang, Ons Kindbureau, Partou, Sportstuif, AVEM Kinderopvang, Berend Botje, Kinderstad Kinderopvang, Etuda Onderwijs en Opvang (Stichting Etuda Opvang), Humankind, Kibeo, KindeRdam, Kindergarden, KION, Korein (onderdeel van Wij zijn JONG), Lowys Porquinstichting (LPS Kinderopvang), Mondiaen Kinderopvang, Stichting Spring Kinderopvang, Xpect013 (Sterre Kinderopvang)
- sterk1 van 22Kober kinderopvang
- breed (dagopvang, peuter en bso)14 van 22Kanteel, Mikz, Norlandia kinderopvang, Partou, AVEM Kinderopvang, Berend Botje, Humankind, Kibeo, KindeRdam, Kindergarden, KION, Kober kinderopvang, Korein (onderdeel van Wij zijn JONG), Stichting Spring Kinderopvang
- kindcentrum met onderwijs7 van 22Kiem Onderwijs en Opvang, Ons Kindbureau, Kinderstad Kinderopvang, Etuda Onderwijs en Opvang (Stichting Etuda Opvang), Lowys Porquinstichting (LPS Kinderopvang), Mondiaen Kinderopvang, Xpect013 (Sterre Kinderopvang)
- specifiek (sport, natuur of één opvangvorm)1 van 22Sportstuif
- Gecodeerd als classificatie zijn 21 van de 22 onderzochte organisaties rond een pedagogische visie gepositioneerd, terwijl slechts 15 van de 22 onderzochte organisaties een belofte voeren met hoge scherpte (tagline of hero, één type past onmiskenbaar).
- Gecodeerd als classificatie voeren 13 van de 22 onderzochte organisaties een eigen methodiek met naam, maar in de hero of tagline claimen slechts 8 van de 22 onderzochte organisaties het thema 'ontwikkeling' als sitefeit, wat wijst op een kloof tussen inhoudelijke invulling en gecommuniceerde belofte.
- Gecodeerd als classificatie voeren 18 van de 22 onderzochte organisaties een werkgeversbelofte, terwijl het personeelstekort in de kinderopvang in 2025 circa 7.000 medewerkers bedroeg en bij stelselwijziging kan oplopen tot circa 24.000 medewerkers in 2031 (bron: 31 322 Kinderopvang 29 544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 585, 26 mei 2026; prognose).
- Gecodeerd als classificatie zijn 13 van de 22 onderzochte organisaties als integraal kindcentrum onder één bestuur gestructureerd, en gecodeerd als profiel zijn 18 van de 22 onderzochte organisaties inhoudelijk op samenwerking met onderwijs gericht, een patroon dat aansluit bij de lopende beweging naar IKC-vorming in de branche.
Posities die in deze groep weinig bezet zijn
Weinig bezet betekent alleen: hier staan weinig organisaties. Of het een aantrekkelijke positie is, hangt af van publieksbehoefte, regionale markt en geloofwaardigheid, en dat is hier niet onderzocht.
- veiligheid en vertrouwen1 van 22
- natuur en duurzaamheid1 van 22
- taal en educatie1 van 22
- samenwerking met onderwijs1 van 22
- ouders en gezin0 van 22
- pedagogische visie0 van 22
- werkgever0 van 22
- betaalbaarheid en flexibiliteit0 van 22
- ervaring en omgeving3 van 22Norlandia kinderopvang, Berend Botje, Xpect013 (Sterre Kinderopvang)
- prestatie en kwaliteit1 van 22Kindergarden
Wat dit betekent voor merkstrategie
Het merk is uitgewerkt voor één doelgroep, hooguit twee
Dit is onze conclusie uit de meting, en het is een standpunt. Een kinderopvangorganisatie heeft niet één publiek. Zij heeft ouders, kinderen, medewerkers, scholen in de keten, gemeente en zorg als stakeholders, en een rol in de samenleving. Wij hebben per organisatie gekeken of er voor elk van die groepen een eigen propositie staat. 73% van de onderzochte organisaties heeft een eigen propositie voor ouders. Voor medewerkers geldt dat bij 55% van de onderzochte organisaties. Daarna valt het weg: 5% voor kinderen zelf, 5% voor de keten, 9% voor de samenleving en geen enkele organisatie voor gemeente, zorg en toezicht. Bij 5% van de onderzochte organisaties staat er voor drie of meer doelgroepen een eigen belofte.
De keten wordt genoemd, maar niets beloofd
Dit verschil is het scherpst. 82% van de onderzochte organisaties noemt samenwerking met onderwijs in het profiel en 59% is een kindcentrum onder één bestuur. Maar een eigen propositie voor scholen en opvangpartners heeft 5% van de onderzochte organisaties. De keten is dus een kenmerk in de etalage en geen belofte aan een partner. Onze lezing: een schooldirecteur die wil weten wat samenwerken met deze organisatie hem oplevert, vindt daar geen antwoord. Hetzelfde geldt voor de gemeente, die bij 36% van de onderzochte organisaties wel wordt aangesproken en bij geen enkele een eigen propositie krijgt.
Er is wel één kern, en dat is de winst
Waar wel een propositie staat, klopt zij meestal met de rest. Bij 73% van de onderzochte organisaties komen alle aanwezige proposities herkenbaar uit dezelfde kern. Het probleem is dus niet dat organisaties verschillende verhalen vertellen. Het probleem is dat zij het verhaal maar voor een deel van hun publiek hebben uitgewerkt. Onze lezing: het fundament is er vaak wel, de vertaling per doelgroep niet. Dat is een merkopgave en geen tekstopgave.
De pedagogische keuze is gemaakt, alleen niet verteld
Ook binnen de belofte aan ouders blijft iets liggen. In de kinderopvang ontbreekt het niet aan visie. Bij 95% van de onderzochte organisaties is pedagogische visie een dominant thema op de site. Van de 20 gelezen pedagogische beleidsplannen noemen er 20 een pedagogisch concept bij naam. Bij 75% van de gelezen pedagogische beleidsplannen staat een concept in het plan dat de site niet toont. De keuze is dus gemaakt, in een document dat ouders zelden lezen. Het werk zit niet in het bedenken van een positionering. Het zit in het naar buiten brengen van een keuze die al bestaat.
Ontwikkeling is categoriegrond, de pedagogische visie inmiddels ook
In de grotere groep wordt dat patroon sterker zichtbaar. Ontwikkeling is bij 77% van de onderzochte organisaties een dominant thema. Pedagogische visie is dat bij 95%. Ouders en gezin staat bij 82% in het profiel, samenwerking met onderwijs eveneens bij 82%. Dat zijn de woorden die iedereen gebruikt. Wie daarop positioneert, is herkenbaar voor ouders, maar niet te onderscheiden van de buren. Ook de belofte zelf loopt vast in die categorie. Als beloftetype is ontwikkeling bij 32% gecodeerd, en bij eveneens 32% is het type niet eenduidig.
De identiteit haalt de site vaker dan de belofte aan ouders
Hier zit het scharnierpunt. 19 van de 26 identiteitsdragende koersthema's zijn ook dominant op de site. 18 van de 30 propositiedragende koersthema's zijn ook dominant op de site. Propositiedragend betekent hier: wat een ouder er concreet aan heeft. Bij 48% van de gelezen beleidsdocumenten is ten minste één propositiedragend koersthema op de site niet dominant. Wat een organisatie wil zijn komt dus vaker naar buiten dan wat zij een kind concreet biedt. Onze lezing: een visie die niet wordt vertaald naar de dag van een kind blijft een intentie.
Wie deze branche wil leren kennen, leest het verplichte document
Dat is een bevinding op zichzelf. Bij 50% van de onderzochte organisaties is een strategisch beleidsplan, koersplan of meerjarenbeleidsplan openbaar te vinden. Bij 91% van de onderzochte organisaties is het pedagogisch beleidsplan wel openbaar. Bij 18% van de onderzochte organisaties is dat verplichte plan het meest strategische openbare document dat er is. Het document dat de wet vraagt, is daarmee vaak het inhoudelijkste stuk dat een buitenstaander kan lezen. Onze lezing: het merkbeeld leunt dan op een stuk voor de toezichthouder en de oudercommissie. Het is niet geschreven voor de ouder die kiest.
Het onderscheid dat een ander niet kan overnemen
Waar organisaties in deze groep herkenbaar anders staan, komt dat door een keuze die te controleren is. Bij 59% van de onderzochte organisaties is een eigen methodiek met naam gecodeerd. Natuur- en buitenpedagogiek komt bij 18% voor. Montessori staat bij 14%, sport en bewegen eveneens bij 14%. Norlandia koppelt buiten aan een herkomst en voert dat als tagline. Sportstuif maakt sport tot de organisatievorm zelf. Bij 59% van de onderzochte organisaties is een integraal kindcentrum onder één bestuur gecodeerd. Dat bindt opvang en onderwijs aan elkaar. Dat zijn keuzes die een concurrent niet in een zin kan overnemen. Zoek dus niet naar een origineler woord voor ontwikkeling. Zoek naar wat ontwikkeling hier anders maakt.
Het bewijs is overal gemiddeld
Dit valt op in een groep van deze omvang. De bewijslast op de site is bij 95% van de onderzochte organisaties gemiddeld en bij 5% sterk. Er is dus geen organisatie die het onderscheid met cijfers, namen of uitkomsten hard maakt. Tegelijk bevat 50% van de gelezen pedagogische beleidsplannen ten minste één meetbaar doel. Onze lezing: er wordt intern wel gemeten, maar dat bewijs komt extern nauwelijks terug. Daar ligt een eenvoudige winst voor wie zich wil onderscheiden.
Het werkgeversmerk komt niet uit dezelfde keuze
Dit is de scherpste uitkomst van de vergelijking. 0 van de 5 werkgeversdragende koersthema's zijn ook dominant op de site. Die rolbreuk rust op vijf koersthema's, dus de basis eronder is smal. Bij 82% van de onderzochte organisaties voert de site een werkgeversbelofte met een citaat. Bij 36% van de onderzochte organisaties staat die op een werken-bij-site met een eigen domein. Toch is werkgever bij 5% van de onderzochte organisaties een dominant thema en bij 0 van de 22 staat het in de belofte zelf. De publieksbelofte gaat over de ontwikkeling van het kind, de werkgeversbelofte over de ontwikkeling van de medewerker. Dat is dezelfde categoriegedachte, twee keer verteld. Met een personeelstekort dat de sector bepaalt, is dat een gemiste gelegenheid.
Bestuur of locatie, dat is hier een echte vraag
De doorlopende lijn wordt maar van één kant verteld
Samenwerking met onderwijs staat bij 82% van de onderzochte organisaties in het profiel. Bij 59% van de onderzochte organisaties is een integraal kindcentrum onder één bestuur gecodeerd. In ons onderzoek naar 34 onderwijsorganisaties is dat beeld omgekeerd (bron: Schwung Merkbeeld Onderwijs 2026). Een integraal kindcentrum is daar bij 3 van de 34 gecodeerd. Onderwijs en kinderopvang onder één bestuur geldt bij 2 van de 34. Onze lezing: de opvang heeft de school nodig om haar plek uit te leggen, andersom veel minder. Let op: beide edities gebruiken een eigen codeerlijst, dus dit is een aanwijzing en geen gelijke meting. Voor een ouder blijft het verhaal half. Bij de opvang hoort zij over een doorgaande lijn, bij de school over onderwijs.
Bij 64% van de onderzochte organisaties is de merkenarchitectuur gecodeerd als onderschreven. Locaties voeren daar een eigen naam onder een bestuursmerk. Bij 36% van de onderzochte organisaties dekt één naam alle locaties. Waar opvang en onderwijs samenkomen, draagt een kindcentrum al twee namen. Dan moet iemand kiezen wat overal hetzelfde is en waar een locatie eigen mag zijn. Onze lezing: de vraag is niet wie de baas is over de woorden, maar of de verdeling een keuze is of een gewoonte. Een locatie met een eigen karakter kan beter af zijn met een eigen gezicht, zolang duidelijk is welke belofte overal geldt.
De volgende strijd wordt mogelijk toegankelijkheid
Dit is een toekomstsignaal, geen uitkomst. Financiering, capaciteit en personeel veranderen sterk. De toeslag aan ouders wordt volgens de Kamerbrief van april 2026 per 1 januari 2029 vervangen door een subsidie aan organisaties. Op de sites is dat nog beperkt zichtbaar. Betaalbaarheid en flexibiliteit staat bij 36% organisaties in het profiel. Als dominant thema geldt dat bij 23%, in de belofte bij 0 van de 22. Onze hypothese is dat toegankelijkheid een merkonderwerp wordt zodra prijs minder onderscheidend is en een plek schaars blijft.
Wat dit betekent voor hoe je een kinderopvangmerk bouwt
Een pedagogisch beleidsplan is nog geen merk. Het beschrijft wat er in de groep gebeurt, niet wat de organisatie elk van haar publieken belooft. Een merk moet werken voor ouders, kinderen, medewerkers, scholen in de keten, gemeente en zorg, en voor de rol in de samenleving. Daartussen zit werk dat vaak wordt overgeslagen. Wij noemen dat de vertaling van beleid naar merk, en die gaat in vijf stappen. Het merkfundament haalt uit het beleid wat de organisatie wezenlijk maakt. De positionering kiest daaruit wat relevant én onderscheidend is, en bepaalt wat dat per doelgroep betekent. Het merkverhaal maakt die keuze begrijpelijk in gewone taal, met een eigen propositie voor ouders, medewerkers, de keten en de gemeente. Concept en identiteit maken haar herkenbaar in beeld en toon. En de site, de rondleiding en de werken-bij-pagina laten zien dat overal dezelfde keuze terugkomt. Die visuele stap hebben wij in deze editie niet gemeten; het is de consequentie van de keuze die eraan voorafgaat.
Wat wij daarin doen
Wij beginnen bij de keuzes die al in de organisatie liggen. Het pedagogisch beleidsplan, de koers en de gesprekken op de groep zijn daarvoor het materiaal. Daaruit halen we het merkfundament en de positionering. Die toetsen we aan wat ouders te zien krijgen, aan wat medewerkers ervaren en aan wat een schooldirecteur of wethouder aan de organisatie heeft. Vervolgens maken we die keuze zichtbaar in het merkverhaal, in een concept en in de identiteit. Daarna trekken we hem door naar de website en het werkgeversmerk. Voor organisaties die opvang en onderwijs combineren hoort daar de vraag bij wie welk verhaal draagt. Dat deden we eerder voor [Kinderstad](https://www.schwungreclame.nl/projecten-kinderstad). Daar ontstond uit twee organisaties één merk, met ruimte voor eigen locaties. Deze meting is het vertrekpunt: zij laat zien welke keuze al bestaat en waar die onderweg verdwijnt.
schwungreclame.nl